Doordeweeks of in het weekend
Alle drie de aanbieders geven zeven dagen per week les, ook zaterdag en zondag. Toch kiezen de meeste mensen doordeweeks. Dat is niet vanzelfsprekend, want het weekend heeft een paar eigenschappen die doordeweekse dagen missen.
Wat het weekend te bieden heeft
Er is tijd. Een zaterdagochtend is zelden verdeeld in blokken van een half uur, dus een uur training drukt niet tegen andere afspraken aan. Je kunt rustig beginnen, langer uitlopen en daarna gewoon doorgaan met de dag.
Er is licht. In de winterhelft van het jaar is een training op zaterdagochtend de enige die zonder lantaarnpalen buiten kan plaatsvinden. Wie graag buiten traint, houdt in het weekend een half jaar langer daglicht over dan doordeweeks.
En er is ruimte om met iemand samen te trainen. Bij alle drie de aanbieders mag een tweede persoon kosteloos meedoen tegen hetzelfde uurtarief. Doordeweeks is dat lastig te organiseren, in het weekend meestal niet.
Waarom het toch vaak misgaat
Het weekend is de enige tijd die volledig vrij te besteden is, en daardoor ook de tijd waar het meeste op wordt gestapeld: familie, verjaardagen, klussen, weg zijn. Een training die in het weekend staat concurreert niet met werk maar met alles waar je zin in hebt, en dat is een zwaardere tegenstander.
Daar komt bij dat een weekendtraining moeilijk te verzetten is. Een doordeweekse training kan naar een andere doordeweekse dag. Een zaterdag kan alleen naar zondag, en die is vaak net zo vol.
De verdeling die het meest standhoudt is daarom een gemengde: één vaste doordeweekse dag als basis, en het weekend als de plek waar je beweegt zonder afspraak. Wandelen, fietsen, buiten zijn met wie er is.

De zondagavond is het scharnier
Onafhankelijk van waar je traint, is de zondagavond het moment waarop de week wordt gemaakt. Tien minuten waarin je de week doorkijkt en vaststelt wanneer je traint en wanneer je beweegt, levert meer op dan welk voornemen ook. Niet omdat plannen heilig is, maar omdat een week die niet is bekeken zichzelf vult.