Praktijk

Als de week uitloopt

Elke week loopt weleens uit. De vraag is niet hoe je dat voorkomt, maar wat er dan met de training gebeurt. Daar zit het verschil tussen een traject dat twee jaar duurt en een traject dat in maart ophoudt.

Verzetten

Verzetten in plaats van afzeggen

Een afspraak die niet uitkomt hoeft niet te vervallen. Omdat er met strippenkaarten wordt gewerkt en niet met een abonnement, is een training die verschuift geen verloren training: hij staat nog steeds op je kaart. Dat klinkt administratief, maar het verandert het gedrag. Wie weet dat een gemiste training gewoon blijft staan, meldt zich eerder af en plant eerder opnieuw.

De volgorde die in de praktijk het beste werkt is: eerst zoeken naar een ander uur op dezelfde dag, dan naar een andere dag in dezelfde week, en pas als laatste doorschuiven naar de week erna. Met een tijdvenster van half zeven 's ochtends tot tien uur 's avonds, zeven dagen per week, is er meestal wel iets te vinden.

Wat je beter niet doet is twee trainingen inhalen in de week erna. Dan staan er drie in een week die al aan de krappe kant was, en dat eindigt vaker in twee gemiste trainingen dan in drie gedane.

Weg

Vakantie, weekendjes weg en drukke maanden

Weg zijn is geen probleem, zolang je het van tevoren doorgeeft. Dat is bij alle drie de aanbieders de afspraak: informeer je trainer op tijd en de trainingen worden verschoven. Je strippenkaart loopt door, en bij een van de drie is die kaart tussen de zes en tweeënzestig maanden geldig, afhankelijk van het pakket. Een rustige zomer kost je dus geen sessies.

Voor lange onderbrekingen is er nog iets nuttigers dan verschuiven: vraag om een kort schema voor onderweg. Twee oefeningen die in een hotelkamer passen en een half uur wandelen per dag houdt genoeg overeind om na terugkomst niet opnieuw te hoeven beginnen.

Iemand met een jas aan die buiten aan het water traint
Weer is geen reden om af te zeggen. Alle drie de aanbieders trainen zowel binnen als buiten, dus slecht weer betekent verhuizen naar de woonkamer.
Ziek en geblesseerd

Wanneer je niet moet trainen

Bij koorts, griep of een infectie train je niet. Dat is geen discipline maar gezond verstand: het lichaam is al aan het werk. Een verkoudheid zonder koorts hoeft een training niet in de weg te staan, maar het is aan jou en niet aan een schema.

Bij klachten aan rug, knie, schouder of nek ligt het anders. Dan is een trainer die naast je staat juist de reden om wel door te gaan, met aangepaste oefeningen. Alle drie de aanbieders werken met mensen die klachten hebben, en bij twijfel is de lijn simpel: eerst je arts of fysiotherapeut, dan de trainer met wat die heeft gezegd.

Wat je in beide gevallen kunt doen is de afspraak niet schrappen maar omzetten. Een half uur wandelen met je trainer, of een gesprek over de weken erna, is nuttiger dan een lege plek in de agenda.

De week erna

Terugkomen na een gemiste week

De week na een gemiste week is het echte moment. Bijna iedereen die stopt, stopt niet omdat hij één keer heeft overgeslagen, maar omdat hij daarna niet meteen weer instapt. Het gemis op zich kost vrijwel niets; twee weken niets doen is met een of twee trainingen ingelopen.

Het helpt om de eerste training na een onderbreking bewust wat lichter te maken. Niet omdat het moet, maar omdat een zware terugkeer een dag of drie spierpijn oplevert en je dan weer een reden hebt om de volgende te laten lopen.

De notitie over wat een gemiste week feitelijk kost.