De zondagavond
Er is één moment in de week waarop bijna iedereen even vooruitkijkt, en dat is de zondagavond. Meestal gebeurt dat als vaag onbehagen over de week die komt. Het kost weinig moeite om daar tien minuten van te maken die de week werkelijk indelen.
Het gaat niet om een schema met kleuren. Drie vragen zijn genoeg. Wanneer train ik deze week. Welke dag is het risico. En op welke twee dagen loop ik een half uur.
Waarom dit werkt en een voornemen niet
Een voornemen gaat over de persoon die je wilt zijn. Een planning gaat over woensdag. Het eerste is vrijblijvend omdat het nergens botst; het tweede dwingt je meteen iets te zien, bijvoorbeeld dat je woensdag om zes uur nog in de auto zit en dat de training van die avond dus niet gaat lukken.
Dat is geen slecht nieuws maar de hele winst. Je weet het op zondag in plaats van op woensdag om half zeven, en op zondag kun je er nog iets aan doen: een uur eerder, een andere dag, of een bericht naar je trainer. Een training die op zondag wordt verzet, is niet gemist.
Wat er in die tien minuten thuishoort
- De trainingsafspraken, en de controle of ze in de week passen zoals hij er nu uitziet.
- De dag waarop het waarschijnlijk misgaat. Niet om hem te repareren, maar om hem te kennen.
- Twee wandelmomenten, gekoppeld aan iets wat toch al gebeurt: na het avondeten, of naar de school en terug.
- Eén boodschappenbesluit, zodat er doordeweeks eten in huis is dat geen kwartier kost.
Wat er niet in thuishoort is een evaluatie van de afgelopen week. Die leidt bij vrijwel iedereen tot hetzelfde gevoel en hetzelfde besluit om vanaf nu alles anders te doen, en dat besluit heeft nog nooit een woensdag overleefd.
