Module

Zeven dagen, vijf weken

Hieronder staan vijf soorten weken. Ze zijn niet bedoeld als schema dat je moet volgen, maar als vergelijking: waar zet iemand met jouw soort week een trainingsuur neer, en welke fout wordt in die week het vaakst gemaakt. Kies een week en het raster verandert mee.

Rood is een training met een trainer erbij. Paars is een dag waarop je zelf in beweging bent zonder dat het training heet. Grijs is rust, en die staat er bewust in.

Kantoorweek

2 trainingen · 2 bewegingsdagen · 3 rustdagen

Werkdagen van negen tot vijf, avonden grotendeels vrij, weekend vrij.

ma
Training 19:00De trainer belt aan, om acht uur staat de keuken weer vol met eten.
di
LopenEen half uur na het eten, zonder tempo en zonder doel.
wo
RustNiets. Ook geen schuldgevoel.
do
Training 19:00Zelfde tijd, zelfde plek. Dat scheelt elke week een beslissing.
vr
RustDe dag waarop de week meestal uitloopt.
za
BuitenFietsen, wandelen of tuinieren. Alles telt.
zo
RustBoodschappen en voorbereiding voor maandag.

De valkuil. Wie de tweede training op vrijdag zet, raakt die binnen een maand kwijt. Vrijdagavond is de eerste avond die door iets anders wordt ingenomen.

Wat een trainer hiermee doet. Een trainer die aan huis komt houdt de twee avonden vast en schuift liever met het uur dan met de dag: 19:00 wordt 20:00, maandag blijft maandag.

Alle vijf onder elkaar

De vijf weken, volledig

Dezelfde vijf weken, zodat je ze naast elkaar kunt lezen zonder te klikken.

Kantoorweek

2 trainingen · 2 bewegingsdagen · 3 rustdagen

Werkdagen van negen tot vijf, avonden grotendeels vrij, weekend vrij.

ma
Training 19:00De trainer belt aan, om acht uur staat de keuken weer vol met eten.
di
LopenEen half uur na het eten, zonder tempo en zonder doel.
wo
RustNiets. Ook geen schuldgevoel.
do
Training 19:00Zelfde tijd, zelfde plek. Dat scheelt elke week een beslissing.
vr
RustDe dag waarop de week meestal uitloopt.
za
BuitenFietsen, wandelen of tuinieren. Alles telt.
zo
RustBoodschappen en voorbereiding voor maandag.

De valkuil. Wie de tweede training op vrijdag zet, raakt die binnen een maand kwijt. Vrijdagavond is de eerste avond die door iets anders wordt ingenomen.

Wat een trainer hiermee doet. Een trainer die aan huis komt houdt de twee avonden vast en schuift liever met het uur dan met de dag: 19:00 wordt 20:00, maandag blijft maandag.

Thuiswerkweek

2 trainingen · 4 bewegingsdagen · 1 rustdag

Twee of drie dagen thuis achter het scherm, de rest op kantoor of onderweg.

ma
OmmetjeTien minuten om de blokken heen voordat de eerste vergadering begint.
di
Training 12:30In de pauze. Douchen kan thuis, dus het uur kost ook echt een uur.
wo
TraplopenGeen plan, wel een teller: vier keer naar boven en terug.
do
Training 12:30Tweede keer in dezelfde pauzestrook, dezelfde plek in de agenda.
vr
Lopend boodschappenDe rugzak mee in plaats van de auto.
za
RustNiets ingepland, en dat is de bedoeling.
zo
Lange wandelingEen uur of anderhalf, bij voorkeur ergens waar je niet woont.

De valkuil. De pauze bestaat alleen als hij in de agenda staat. Een middag zonder blokkade wordt volgeschoven met overleg, en de training verdwijnt zonder dat iemand hem afzegt.

Wat een trainer hiermee doet. Trainen in de lunchpauze is voor een trainer aan huis gewoon werk: het wordt met zoveel woorden aangeboden, naast de ochtend, de avond en het weekend.

Week met diensten

2 trainingen · 2 bewegingsdagen · 3 rustdagen

Vroege, late en nachtdiensten die per periode verschuiven.

ma
Late dienstOpstaan zonder haast, werken tot laat. Geen training.
di
Training 10:00In de ochtend voor de late dienst. Ruim voor het eten, ruim na het opstaan.
wo
Fietsen naar het werkTwintig minuten heen, twintig terug, zes keer per rooster.
do
NachtdienstSlapen gaat voor. Trainen na een nachtdienst levert weinig op.
vr
HerstelDe dag na de nacht is een slaapdag, geen sportdag.
za
Training 09:30Vrije zaterdag, buiten, zolang het licht meewerkt.
zo
WandelenMet wie er thuis is, in een tempo waarin praten nog lukt.

De valkuil. Plannen per week werkt niet als het rooster per vier weken draait. Wie wacht tot de week begint, plant niets meer.

Wat een trainer hiermee doet. De praktijk is dan: zodra het nieuwe rooster binnen is, gaan de trainingen er meteen in, voor de hele periode. Zeven dagen per week les geven maakt dat mogelijk.

Week met jonge kinderen

2 trainingen · 2 bewegingsdagen · 3 rustdagen

Halen, brengen, eten, bad, bed. Vrije ruimte bestaat vooral voor zeven uur en na acht uur.

ma
RustMaandag is nooit de dag. Dat is geen falen, dat is een maandag.
di
Training 20:30Binnen, in de woonkamer. De mat gaat voor de bank, de tafel schuift opzij.
wo
Fietsen naar schoolHalen en brengen op de fiets telt mee, ook al voelt het niet zo.
do
RustDe dag die meestal uitloopt.
vr
Training 06:45Voor het huis wakker is. Kort, buiten, terug voor de eerste boterham.
za
Naar het veldjeMet de kinderen mee, en zelf ook echt bewegen.
zo
RustEén dag waarop niets hoeft.

De valkuil. Twee avondtrainingen in dezelfde week is één avond te veel. Eén avond en één vroege ochtend houdt de week overeind, ook als er één omvalt.

Wat een trainer hiermee doet. De vroegste starttijd verschilt per aanbieder: twee van de drie beginnen om half zeven, de derde om zeven uur. Voor wie voor het ontbijt traint is dat het hele verschil.

Week met reizen

2 trainingen · 2 bewegingsdagen · 3 rustdagen

Maandag en vrijdag thuis, de dagen ertussen ergens anders.

ma
Training 07:30Thuis, voor vertrek. De koffer staat al in de gang.
di
OnderwegDag zonder vaste vloer. De trap in plaats van de lift, meer niet.
wo
AvondwandelingEen half uur door een stad die je niet kent.
do
OnderwegLaat terug. Geen plan, geen training.
vr
Training 17:30Terug thuis, buiten in de buurt, voor het eten.
za
Lang buitenZaterdag is de dag waarop het vanzelf gaat.
zo
RustKoffer uit, week voorbereiden.

De valkuil. Alles wat midden in deze week wordt gepland valt om. De randen zijn het enige dat betrouwbaar is: de eerste ochtend en de laatste middag.

Wat een trainer hiermee doet. Aan huis trainen betekent hier letterlijk dat het uur bij jou begint. Geen rit naar een sportschool erbij op een dag waarop je al genoeg gereisd hebt.

Wat opvalt

Vier dingen die in alle vijf terugkomen

Twee ankers, niet zeven

In geen van de weken staat meer dan twee keer begeleide training. Dat is geen bezuiniging maar de vorm die het langst overeind blijft. Twee vaste punten geven een week structuur; vier maken hem broos, omdat er altijd wel eentje omvalt en de rest dan mee gaat.

De randen zijn sterker dan het midden

Vroege ochtenden en het begin van de avond houden beter stand dan alles wat midden op een werkdag ligt. Hoe later op de dag, hoe meer er al mis kan zijn gegaan. De enige uitzondering is de pauzetraining op een thuiswerkdag, en alleen als die pauze echt geblokkeerd staat.

Rust staat erin

Elke week heeft minstens één dag waarop niets hoeft. Dat is geen zwakte in het schema. Een week zonder lege dag wordt binnen een maand een week zonder plan, omdat het geheel te strak staat om een tegenvaller op te vangen.

Bewegen telt apart

Fietsen naar school, lopend boodschappen doen, een half uur na het eten: dat staat er niet bij om de week vol te maken. Het is het deel waar de meeste uren in zitten, en het enige deel dat je zonder afspraak kunt volhouden.

Iemand die buiten met een trainingssysteem aan een boom traint
Wat er in het uur gebeurt verschilt per week nauwelijks. Waar het uur staat, verschilt enorm.
In de praktijk

Hoe zo'n week wordt vastgelegd

Bij alle drie de aanbieders werkt het ongeveer hetzelfde. Er is eerst een kennismaking met een proefles, ongeveer een half uur, waarin je bespreekt wat je wilt en wat er praktisch kan. Daarna worden de eerste trainingen ingepland, vaak binnen dezelfde week of de week erna. Een training zelf duurt een uur.

Je zit niet aan een abonnement vast. Er wordt met pakketten gewerkt vanaf vijftien sessies, en hoe je die over de weken verdeelt bepaal je zelf. Twee keer per week beginnen en later afbouwen naar één keer met een schema voor thuis is een gangbare route. Het omgekeerde kan ook: rustig starten en er een tweede dag bij zetten zodra de eerste echt staat.

Iemand die op een bankje in een park een oefening doet
Buiten trainen hoort bij alle drie de aanbieders. Een bankje, een trap of een muurtje in de buurt is genoeg materiaal voor een volledig uur.

Hoe de drie aanbieders hierin verschillen.