Waarom een vaste dag wint
Wie op maandag besluit deze week twee keer te trainen, moet die week nog twee keer besluiten om te gaan. Wie elke dinsdag om zeven uur een trainer aan de deur heeft, hoeft niets meer te besluiten. Dat verschil lijkt klein en is het niet.
Een besluit kost iets. Niet veel, maar het kost aandacht, en aandacht is op een gewone donderdagavond schaars. Aan het eind van een werkdag is het vermogen om jezelf ergens toe te zetten kleiner dan 's ochtends, en precies dan moet de beslissing genomen worden. Dat is de reden dat goede voornemens zo betrouwbaar mislukken: ze zijn afhankelijk van een vermogen dat op het verkeerde moment op is.
Een vaste afspraak haalt de beslissing uit die avond weg en legt hem op één plek, ooit, toen je uitgerust was. Daarna is de vraag niet meer of je traint maar of je afzegt, en dat is een heel andere vraag, met een andere drempel en een ander gevoel.
Waarom niet elke dag even geschikt is
De dag zelf is inhoudelijk onbelangrijk. Er is geen spier die op dinsdag beter reageert. Wat wel verschilt is hoe vol een dag in jouw week zit en hoe vaak er iets tussenkomt. Dat is per persoon anders, maar er zijn patronen.
Vaak stabiel
Maandag, dinsdag en donderdag. Er staat al een structuur, de week is nog niet uitgeput en er wordt zelden op deze avonden iets sociaals gepland.
Vaak wankel
Woensdag bij gezinnen met kinderen, vrijdag bij vrijwel iedereen, en zondag bij wie familie in de buurt heeft wonen.
De test is simpel: kijk in je agenda van de afgelopen twee maanden en tel op welke dag het vaakst iets onverwachts stond. Die dag is niet je trainingsdag.
Wat je met de tweede dag doet
Bij twee trainingen per week gelden dezelfde regels, met één toevoeging: leg er ruimte tussen. Maandag en donderdag, of dinsdag en vrijdag. Twee dagen achter elkaar voelt efficiënt en werkt minder goed, omdat je de tweede keer op een half hersteld lichaam traint en er daarna vijf lege dagen overblijven.
En houd de tweede dag apart van de eerste in hoe streng je bent. De eerste dag staat vast. De tweede mag schuiven als de week uit de hand loopt. Zo verlies je bij tegenslag één training in plaats van een heel ritme.